Vetpercentage meten. Is dat nou nuttig of niet?
arrow_drop_up arrow_drop_down

Vetpercentage meten. Is dat nou nuttig of niet?

Vetpercentage meten? Onzin!

‘Zullen we even je vetpercentage meten?’. Het is een veelgehoorde vraag bij fitnesscentra en diëtisten.

Want die meting zou dan uitwijzen of je werkelijk te dik bent. Maar het nut van de vetmeting valt te betwijfelen.

Vetpercentage is niet betrouwbaar te meten

De basis voor alle vormen van vetmeting is gelegd in de jaren 50, toen wetenschappers een berekeningsmethode uitwerkten via onderwaterwegingen. De ontdekker hiervan is Archimedes.

Vrijwel iedereen bestrijdt een teveel aan lichaamsgewicht: het is ongezond, we vinden het niet mooi en ervaren we (soms of vaak) door het overgewicht lichamelijke ongemakken.

“Helaas levert geen enkele meetmethode betrouwbare resultaten op voor vetpercentages”, zegt hoogleraar voedingsleer Peter Clarys.

Vet drijft omdat het lichter is dan water; bot en spieren zinken, omdat ze iets zwaarder zijn dan water. Mensen met veel vet drijven dus beter dan mensen met weinig. Dit zijn de basisprincipes van onderwaterwegingen.

Het drijfvermogen

Het drijfvermogen van een lichaam zegt dan ook iets over de verhouding tussen de vetmassa en de rest van de weefsels. Dat drijfvermogen kan worden gemeten en vervolgens worden omgerekend tot een vetpercentage.

Deze manier van vetpercentage berekenen is een complexe materie en de onderzoekers die de berekeningsmethode maakten, leverden prima werk.

Maar er is een ‘maar‘: ze werkten hun formules uit met de gegevens van maar vijf (dode) lichamen. Vervolgens werden er geen pogingen ondernomen om te controleren of de formules ook de juiste uitkomst gaven bij bijvoorbeeld mensen van een ander ras of bij vrouwen, kinderen en bejaarden.

Alleen een scan is betrouwbaar

De onderwatermethode is niet alleen bewerkelijk, ze houdt ook geen rekening met de aanwezigheid van gassen in de longen en darmen, die het drijfvermogen vergroten. Zelfs als je zo diep mogelijk uitademt, zit er nog altijd flink wat lucht in de longen. En in de darmen zit vrijwel altijd gas.

Bovendien zijn er tussen mensen verschillen in botdichtheid en vetconcentratie, waardoor het resultaat van een vetpercentage meting nog onbetrouwbaarder wordt.

Ook de temperatuur van het water waarin wordt gemeten, heeft invloed op het resultaat. Warm water is lichter en heeft minder drijfvermogen. Dit lijken allemaal details, maar opgeteld zorgen ze voor onbetrouwbare resultaten.

Maar in het fitnesscentrum of bij de diëtist wordt je toch niet onder water gedompeld?

Nee, maar de betrouwbaarheid van bijna alle andere vetpercentage meting methodes is bepaald via een vergelijking met de onderwatermeting. Dit maakt de kans op fouten extra groot!

Betrouwbare methode

Er is wel een betrouwbare methode om het vetpercentage te bepalen: vetmassa kan accuraat worden berekend met verschillende scantechnieken. Maar scannen is duur en de controle van vetmetingen kost veel tijd.

Vetpercentage meten op de weegschaal

Naast onderwatermetingen worden ook nog de bio-impedantie- en de huidplooidiktemeting gebruikt.

Helaas, ook die zijn onbetrouwbaar. Hun resultaten liggen bijna altijd sterk uit elkaar.

De bio-impedantiemeters zijn populair, want ze zijn handig en leveren snel een getal op, zonder dat je zelf hoeft te rekenen. Ze worden vaak ingebouwd in weegschalen, zodat je niet alleen je gewicht, maar ook  je vetpercentage ziet verschijnen.

vetpercentage_bio impedantiemeter

bio-impedantiemeter

Deze apparaten meten de elektrische weerstand van het lichaam. Water geleidt elektriciteit beter dan vet. Spieren, botten en organen bevatten meer water dan vet.

Weinig vet en veel spieren geeft dus een andere uitslag dan veel vet en weinig spieren. 

Dat lijkt eenvoudig, maar schijn bedriegt.

Bio-impedantiemeters vergeleken

Sommige apparaten moet je met beide handen vasthouden en daardoor meten ze vooral de verhoudingen in het bovenlichaam.

De bio-impedantiemeters die eruit zien als een weegschaal of die zijn ingebouwd in een weegschaal hebben metalen plaatjes om op de voeten te plaatsen. Zij geven alleen resultaten voor de onderste helft van het lichaam.

Hoogleraar Clarys vergeleek de resultaten van verschillende bio-impedantiemeters en ontdekte dat de onderlinge afwijkingen konden oplopen tot wel 35 procent!

De meest nauwkeurige resultaten verkreeg hij met de impedantiemeting van het hele lichaam, met elektroden op hand, pols, voet en enkel. Maar daar is ingewikkelde apparatuur en speciaal opgeleid personeel voor nodig. En ook deze meting is nog steeds onbetrouwbaar, omdat de basis ervan (de onderwatermeting) nu eenmaal wankel blijft.

Wat heb je aan de uitslag van een onbetrouwbare vetpercentage meting?

Nou….niets dus!

En de huidplooimeting dan?

Na de bio-impedantiemeting is de huidplooimeting het populairst.

vetpercentage meten met caliper

Caliper

Bij de huidplooimeting meet je de dikte (met een caliper, een soort tang) van een viertal onderhuidse vetlagen.

De som van de dikte van de 4 huidplooien komt overeen met een percentage van het totale lichaamsgewicht. In een tabel kan met deze som het bijbehorende vetpercentage worden gevonden.

Maar ook deze huidplooimeting methode heeft zwakheden. De vetreserves zijn niet egaal over het lichaam verspreid. Je kunt niet op alle plaatsen meten en dus meet je op bepaalde plekken, maar je hebt geen zekerheid dat die ook de beste weergave (lees: betrouwbare resultaten) bieden van de totale vetreserves.

Daarbij komt ook nog dat kleine verschillen in meten (niemand is hetzelfde) een heel ander eindresultaat kunnen opleveren.

Wie wat harder knijpt, meet dunnere
huidplooien dan wie nauwelijks knijpt!

Ondanks alle tekortkomingen van deze methode van vetpercentage meten, wordt deze manier van meten veel gebruikt om je er, na een opleiding, alleen een caliper, een formule, een pen en papier voor nodig hebt.

Maar inmiddels zijn er al meer dan 100 verschillende formules voor de omrekening van de metingen. Dat geeft maar weer eens aan hoe groot de onzekerheid is van de resultaten ofwel onbetrouwbaar.

Houd je kledingmaat in de gaten

Wanneer je de resultaten van de meest gebruikte vetpercentage metingen niet kunt vertrouwen, hoe bepaal je dan of je te dik bent?

Uiteindelijk is het kijken naar je dijen en buik en het controleren van je kledingmaat meer dan voldoende!

Natuurlijk kan het weten van een getal stimulerend werken voor wie gewicht wil verliezen, maar dat werkt eigenlijk alleen bij een betrouwbaar getal.

Wil je toch graag meten?

Gebruik dan in ieder geval altijd hetzelfde apparaat en onder dezelfde omstandigheden (wel/geen kleding, ochtend/avond, etcetera).

Vergelijk niet de resultaten met die van andere apparaten, toestellen of methodes en bereken ook geen gemiddelde daarvan. Besef dat de omstandigheden het resultaat sterk kunnen beïnvloeden.

Klaziena Waerts

PS. DEEL dit artikel met jouw netwerk, door op de Tweet, Like, Share of Google+ knoppen te klikken, zodat ook de mensen in jouw netwerk profiteren.

Over de schrijver
Mijn naam is Klaziena Waerts. Ik ben mental coach en gewichtsconsulente, maar op de eerste plaats ervaringsdeskundige. Zelf heb ik 22 jaar enorm veel last gehad van emotie eten en eetbuien. Ook mijn gewicht heeft gevarieerd tussen de 55 en 90 kilo. Toen ik er letterlijk een eind aan wilde maken, zó depressief was ik, ging ik onderzoeken waaróm ik steeds m'n gevoelens moest wegvreten. Gelukkig heb ik toen ontdekt hoe ik mezelf kon helpen. Ook verloor ik blijvend 25 kilo. Ik gun jou hetzelfde! Om jou veel leed, frustratie, schaamte, schuld en overtollig gewicht te besparen is het mijn doel jou op een plezierige manier gewicht te laten verliezen zónder dieet en weer te laten genieten van eten. Graag geef ik mijn ontdekking door :)
Reactie plaatsen

Gratis mini video-training
Blijvend Afvallen ZONDER Dieet 
in 4 stappen

Jij gaat toch wel dit 4 stappenplan doen? Het duurt slechts 10 dagen en gaat je zóveel geven!

Wacht nog even voordat je weggaat!

Je bent al zover gekomen met lezen

en krijg je daarvoor een cadeau van mij :)