Hoe werkt je vetopslag?
arrow_drop_up arrow_drop_down

Onze vetopslag kun je goed vergelijken met de tank van een auto. Dat een auto een ‘brandstof’ nodig heeft begrijpt iedereen, want benzine, diesel, gas of de steeds meer voorkomende elektriciteit (is ook een ‘brandstof’) heeft een auto nodig om te kunnen rijden.

Ons lichaam heeft namelijk ook een ‘brandstof’ nodig om – letterlijk – vooruit te komen, want we gebruiken op een dag namelijk nogal wat energie. Ons hart pompt continu bloed door ons lichaam, we ademen gemiddeld twaalf keer per minuut en onze lever en nieren zuiveren ons bloed van afvalstoffen. En dat is alleen nog maar in rust!

Ontdek in dit blogartikel hoe onze tank, hoe onze vetopsplag, in elkaar zit.

Vetopslag of suikeropslag?

Ons lichaam gebruikt grofweg ingedeeld twee soorten brandstof, namelijk suikers en vetten.

In tegenstelling tot wat velen van ons denken zijn vetten de belangrijkste brandstof voor de meeste organen. En komt dit omdat vetten de meeste energie opleveren als ze verbrand worden, véél meer dan suikers. Ben je verrast?

Ook is dit tegelijkertijd dé reden waarom we van vet doorgaans genoeg hebben. Slim van ons lichaam 🙂 en dáárom is ons lichaam dus ook zo heel zuinig op onze vetvoorraad!

Vet is namelijk niet alleen de meest waardevolle brandstof van ons lichaam, het heeft ook andere onmisbare functies. Zo worden onze lichaamscellen omsloten door een laagje vet en vormt vet het omhulsel van onze zenuwbanen, zodat de zenuwen hun signalen snel kunnen doorgeven en we dus snel kunnen denken en bewegen. Ga je al een beetje van je vet houden?

Wáár bevindt onze vetopslag zich?

Maar waar bevindt onze vetopslag zich eigenlijk? In een auto is dit wel duidelijk: het zit op één plek en wel in de benzine-, diesel-, gastank, of accu.

In je lichaam zit de ‘tank’ op meerdere plekken. Een beperkte hoeveelheid brandstof – zowel de vetten als de suikers – zwemt vrij door je bloed, klaar om op ieder willekeurig moment opgeslurpt te worden door je organen. De brandstof in je bloed wordt dan ook continu opgeslokt door je organen, en wordt weer aangevuld wanneer je eet.

Het vetopslag-probleem als je een tijdje niet eet

Hier zien we direct een probleem ontstaan. Want wat gebeurt er als je een tijd niet eet, bijvoorbeeld omdat je de hele nacht slaapt? Of omdat er simpelweg even geen voedsel beschikbaar is, zoals bij onze voorouders regelmatig het geval was? Of wat nu als we wel gegeten hebben, maar gaan sporten en daarmee onze verbranding opschroeven?

In al die gevallen maken we dankbaar gebruik van onze vetopslag. Dat zorgt ervoor dat we niet omvallen als we een maaltijd overslaan. En dat we ongestraft een uur kunnen hardlopen of tennissen, ervan uitgaande dat je conditie dit toelaat 😉

Aangezien ons lichaam draait op twéé soorten brandstoffen, hebben we ook twéé soorten brandstofvoorraden. Namelijk eentje voor suiker en eentje voor vetten, die we kunnen aanspreken als de brandstof in het bloed op dreigt te raken.

Glycogeen: opslagvoorraad van suiker

Onze kleinste brandstofvoorraad is dus de suikervoorraad. Het gaat hierbij niet om suiker als kristalsuiker, rietsuiker of bietsuiker, maar over de suikervorm die we ‘glucose’ noemen.

Opslag van glycogeen en vet in je lichaam

Figuur 1: Opslag van glycogeen en vet in je lichaam

Om glucose zo efficiënt mogelijk op te slaan wordt het tot een grote kluwen bij elkaar geplakt. Deze kluwen van aan elkaar geplakte glucosemoleculen wordt ‘glycogeen’ genoemd en zit op twee plekken in je lichaam: in je lever en in je spieren.

Als de hoeveelheid glucose in je bloed te laag wordt (suikerdip) bijvoorbeeld doordat je een aantal uren uren niet gegeten hebt, wordt er glucose van het glycogeen uit de lever ‘afgeknipt’ en aan je bloed afgegeven. Dan stijgt je bloedsuikerspiegel weer en kan je er weer even tegenaan. Je spieren hebben ook een voorraad glycogeen en de glucose die hieruit wordt vrijgemaakt gebruiken ze alleen voor zichzelf, bijvoorbeeld als je flink aan het sporten bent. Dit is slim, want glucose kan sneller afgebroken worden dan vet en levert dus sneller energie.

Hoeveel energie levert deze glucosevoorraad dan precies?

In totaal zit er in je lever en in je spieren bij elkaar ongeveer 500 gram glycogeen opgeslagen. Omdat het verbranden van 1 gram glucose 4,1 kilocalorieën oplevert, zitten in glycogeen in totaal 2870 kilocalorieën opgeslagen. Is dit veel? Het is maar hoe je het bekijkt.

Als je ervan uitgaat dat je 2000 kilocalorieën per dag verbruikt (dit geldt voor een volwassen vrouw van gemiddeld gewicht die iedere dag matig intensief beweegt) kun je dus nog geen anderhalve dag ‘teren’ op je glycogeenvoorraad als je niet eet.

Daar komt nog eens bij dat deze energievoorraad hier ook niet voor is bedoeld. Je glycogeenvoorraad wordt juist gebruikt als je snél energie nodig hebt. Het glycogeen kan namelijk razendsnel afgebroken worden tot glucosemoleculen en glucose kan op zijn beurt snel omgezet worden in energie. Dit komt goed uit als je een sprintje trekt om de trein te halen. Of, zoals bij onze voorouders, als je achternagezeten werd door een tijger. Heb je langer dan drie uur niet gegeten of lever je een langdurige inspanning, pas dán spreken we ons vetopslag aan.

Op je vetopslag kun je lang teren

Je lichaamsvet voorziet je van onmisbare energie als er langere tijd geen voedsel beschikbaar is. Door de eeuwen heen is ons lichaamsvet dan ook geëvolueerd tot een heuse voorraadschuur van energie.

Vetopslag van een foetus

Het wordt al vroeg in de zwangerschap aangelegd, als de foetus nog maar zo klein is als een walnoot. Het verschijnt niet alleen onderhuids, maar ook in de buik rondom de organen. In het begin van de zwangerschap is het lichaamsvet van de foetus nog erg bescheiden en bevat nauwelijks vet. Het is ook dan nog niet zo hard nodig, want zolang de foetus veilig in de baarmoeder ligt, levert de moederkoek (placenta) de brandstof via de navelstreng. Er is dus nog geen reservevoorraad nodig.

Als het einde van de zwangerschap nadert moet de foetus echter klaargestoomd worden voor het leven buiten de baarmoeder. Daar kan het koud zijn en het is maar de vraag of er direct genoeg (borst)voeding beschikbaar is.

Om die eerste periode te overbruggen ontwikkelt de foetus daarom aan het eind van de zwangerschap een lekker vetvoorraadje. Baby’s die te vroeg geboren worden hebben deze vetvoorraad nog niet en kunnen zich daarom niet goed warm houden. Ze moeten de eerste tijd om die reden in een couveuse doorbrengen, een heerlijk warm nestje waarin het voor de pasgeborene maar weinig energie kost om zichzelf op temperatuur te houden. En met de tijd komt die vetvoorraad vanzelf.

Onze vetopslag is onze grootste orgaan

Zo klein als onze vetvoorraad vlak voor de geboorte is, zo groot is hij naarmate we ouder worden. Sterker nog, je lichaamsvet is een van de grootste organen van je lichaam. Het ‘orgaan lichaamsvet’ is over je hele lichaam uitgesmeerd, zoals je bij jezelf misschien wel kan voelen (of liever niet wilt voelen).

De twee grootste massa’s vet bevinden zich in je buik rondom je organen (dit noemen we ook wel het ‘buikvet’) en onder de huid (het ‘onderhuidse vet’). Dit onderhuidse vet kan werkelijk overal zitten, zoals in je gezicht (inclusief de bekende ‘onderkin’) in je voeten en in je bovenarmen. Het meeste onderhuidse vet zit echter, tot ongenoegen van velen, in de buikregio en rondom billen en bovenbenen.

Hoe kan het eigenlijk dat ons lichaamsvet zo goed is in het opslaan van vet?

Dat komt doordat het lichaamsvet uit maar liefst 50 miljard zeer goed rekbare ballonnetjes genaamd ‘vetcellen’ bestaat. Deze vetcellen zijn stuk voor stuk in staat zijn om vet op te slaan en kunnen flink uitrekken als het moet. Dat vetcellen werkelijk lijken op ballonnetjes zie je wanneer je een stukje vet onder de microscoop bekijkt. Grappig, want deze vetcellen lijken inderdaad op ‘zakjes gevuld met vet’ (zie figuur 1).

Een vetcel is zeker niet alleen ‘een ballonnetje gevuld met vet’, want dan zouden we ons vetweefsel ernstig tekortdoen. Een vetcel is en doet veel meer!

Zo heeft de vetcel ook een celkern en organellen (machientjes) waardoor het eiwitten kan maken die een vetcel uniek maken. Zoals de verschillende boodschapperstofjes oftewel hormonen die het vet tot een speciaal orgaan maken. Ook heeft een vetcel net zoals iedere andere lichaamscel speciale energiefabriekjes die zorgen voor verbranding.

Hoelang kunnen we op onze vetopslag teren?

Dankzij ons vet kunnen we periodes van honger dus prima overbruggen. Maar hoelang mag die honger duren? Met andere woorden: hoelang kunnen we op ons vet teren?

Uit onderzoek is gebleken dat het verbranden van 1 gram vet 9,4 kilocalorieën oplevert. Dit is meer dan twee keer zoveel als de 4,1 kilocalorieën die het oplevert als je 1 gram glucose verbrandt. Daarom wordt brandstof in ons lichaam niet alleen als glycogeen, maar ook in de vorm van vet opgeslagen. Je wilt in je auto toch ook het liefst benzine gieten waar je 700 kilometer in plaats van 200 kilometer mee kunt rijden?

Onze vetopslag weegt nogal wat

Als we net zoveel calorieën hadden willen opslaan in de vorm van glycogeen, zouden we dus veel meer kilo’s moeten meezeulen. En het gewicht van onze vetvoorraad is al niet gering.

Een gezonde volwassene van 70 kilo heeft ongeveer 14 kilo lichaamsvet. Aangezien verbranding van 1 gram vet 9,4 kilocalorieën oplevert, komt dat overeen met een totale opslag van 131.600 kilocalorieën, een gigantische hoeveelheid!

Een vrouw van gemiddeld postuur die dagelijks matig intensief beweegt, verbrandt zoals gezegd ongeveer 2000 kilocalorieën per dag, en een man 2500 kilocalorieën. Dat betekent dat je gemiddeld 66 dagen (in geval van een vrouw) of 53 dagen (in geval van een man) op je vetvoorraad kunt teren, mits je natuurlijk niet extra actief wordt.

Vertel me in het reactieveld hieronder of jij nu anders tegen je lichaamsvet bent gaan kijken.

Op jouw succes,

Klaziena Waerts

PS. DEEL dit artikel met jouw netwerk, door op de Tweet, Like, Share knoppen te klikken, zodat ook de mensen in jouw netwerk profiteren.

Over de schrijver
Mijn naam is Klaziena Waerts. Ik ben mental coach en gewichtsconsulente, maar op de eerste plaats ervaringsdeskundige. Zelf heb ik 22 jaar enorm veel last gehad van emotie eten en eetbuien. Ook mijn gewicht heeft gevarieerd tussen de 55 en 90 kilo. Toen ik er letterlijk een eind aan wilde maken, zó depressief was ik, ging ik onderzoeken waaróm ik steeds m'n gevoelens moest wegvreten. Gelukkig heb ik toen ontdekt hoe ik mezelf kon helpen. Ook verloor ik blijvend 25 kilo. Ik gun jou hetzelfde! Om jou veel leed, frustratie, schaamte, schuld en overtollig gewicht te besparen is het mijn doel jou op een plezierige manier gewicht te laten verliezen zónder dieet en weer te laten genieten van eten. Graag geef ik mijn ontdekking door :)
Reactie plaatsen

Gratis mini video-training
Blijvend Afvallen ZONDER Dieet 
in 4 stappen

Jij gaat toch wel dit 4 stappenplan doen? Het duurt slechts 10 dagen en gaat je zóveel geven!